Overlijden van natuurlijke personen
Wat?
Het is uitdrukkelijk verboden over te gaan tot de begraving, vormneming, lijkschouwing, balseming, kisting of gelijk welke andere behandeling op het lichaam van de overledene, vooraleer de dood werd vastgesteld door de ambtenaar van de burgerlijke stand, in werkelijkheid de geneesheer die gedelegeerd werd om de overlijdens vast te stellen of de behandelende geneesheer.
De verplichting van de ambtenaar van de burgerlijke stand om het overlijden vast te stellen bestaat niet wanneer er tekens of aanwijzingen zijn van een gewelddadige dood of andere omstandigheden die zulks laten vermoeden. Het parket van de procureur des konings wordt dan ingeschakeld.
Hoe aangeven?
Termijn:
De wet voorziet geen termijn binnen dewelke de aangifte van overlijden moet gebeuren. Algemeen wordt aanvaard dat het zo snel mogelijk moet gebeuren en dit binnen de vijf dagen na het overlijden.
Door wie moet aangifte gebeuren?
De akte van overlijden wordt opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand op aangifte van twee getuigen. Deze getuigen zijn, zo mogelijk, de twee naaste bloedverwanten of buren. Of, wanneer iemand buiten zijn woning overleden is, de persoon ten wiens huize hij is overleden, en een bloedverwant of een ander persoon. In de praktijk gebeurt de aangifte meestal door de begrafenisondernemer die handelt in opdracht van de familie.
Welke documenten dienen bij aangifte voorgelegd te worden?
- een overlijdensverklaring ondertekend door de geneesheer die het overlijden heeft vastgesteld (model III C of model III D kindje jonger dan 1 jaar)
- identiteitskaart en trouwboekje van de overledene
- attest laatste wilsbeschikking (afgeleverd door de dienst bevolking van de laatste woonplaats)
- de toelating tot begraven indien de begrafenis in een andere gemeente of stad plaats heeft
- voor crematie: een aanvraag tot lijkverbranding en een bijkomend medisch attest.
Indien het overlijden te wijten is aan een gewelddadige, verdachte of niet nader te bepalen oorzaak, moet de ambtenaar van de burgerlijke stand ingelicht worden over de omstandigheden van het overlijden. In dit geval zal hij pas na het akkoord van de procureur des konings toelating kunnen verlenen tot het vervoer en het begraven of cremeren van de overledene.
Begraving:
Niemand kan begraven worden zonder toelating van de ambtenaar burgerlijke stand. De begraving mag pas plaatsvinden ten vroegste 24 uur na het overlijden.
Waar aangeven?
De aangifte van overlijden wordt gedaan bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats van overlijden.
Wordt een lijk ontdekt, dan is de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand deze van de plaats waar men het gevonden heeft. Ligt het lijk op de grenslijn van twee gemeenten dan is de ligging van het hoofd doorslaggevend.
Is de plaats van overlijden onbekend, bijvoorbeeld als een lijk op het strand aanspoelt of uit het water van een rivier of kanaal wordt gehaald, dan moet de overlijdensakte opgemaakt worden in de gemeente op wiens grondgebied het lijk gevonden werd.
Heeft het overlijden plaats tijdens een treinreis dan moet de aangifte gedaan worden bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar de reis onderbroken wordt of eindigt.
Opstellen van de overlijdensakte:
De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand stelt de overlijdensakte op, op voorlegging van een aantal documenten en op aangifte van twee getuigen, en stuurt een afschrift naar de laatste woonplaats van de overledene.
Er kunnen dus zowel op de plaats van het overlijden als in de laatste woonplaats afschriften van de akte verkregen worden.
Gemeentebestuur Bornem - dienst burgerzaken - Hingenesteenweg 13 -
2880 BORNEM
T 03 890 69 17 - F 03 890 69 29 - burgerzaken@bornem.be
maandag en vrijdag: van 9.00 tot 13.00 uur en van 13.30 tot 15.30 uur
dinsdag en donderdag: van 9.00 tot 12.00 uur
woensdag: van 9.00 tot 12.00 uur en van 13.30 tot 19.00 uur