Elk kind dat levensvatbaar geboren wordt, dient te worden aangegeven. Men wordt levensvatbaar geboren na 180 dagen (d.i. 6 maand) zwangerschap. De levensvatbaarheid wordt vastgesteld door een deskundige. Het is natuurlijk ook perfect mogelijk dat een kindje na 5 maanden zwangerschap levend geboren wordt. Vanzelfsprekend dient ook dit kindje te worden aangegeven.
- Het kindje kan, in tegenstelling tot vroeger, één of meerdere voornamen krijgen.
Voor kindjes die dood geboren worden na een zwangerschap van minder dan 6 maanden, wordt geen akte opgesteld en dient geen aangifte te gebeuren.
- Als het kindje levend geboren wordt, ongeacht de zwangerschapsduur, en het overlijdt kort na de geboorte, dan moeten er 2 akten worden opgemaakt: een geboorteakte en een overlijdensakte. De nodige documenten worden door de burgerlijke stand meegegeven.
Als het kindje dood geboren wordt na een zwangerschapsduur van 6 maand, dient het te worden aangegeven aan de burgerlijke stand, die een overlijdensakte zal opstellen van een levenloos kind.
Begravingen van kindjes
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen levend geboren kindjes die na de geboorte overlijden, doodgeboren kindjes na meer dan zes maanden zwangerschap en foetussen van meer dan 12 weken zwangerschap. Dit laatste is gewijzigd bij een decreet van 16 januari 2004 en is in werking getreden op 1 juli 2004.
1) Begraven van levend geboren kindjes
Wanneer een kindje levend geboren wordt maar kort nadien overlijdt, wordt dit aanzien als een gewoon overlijden.
De begrafenis of crematie kan dan enkel met tussenkomst van een begrafenisondernemer.
Het kindje wordt dan begraven op een kerkhof naar keuze ( meestal overlijdensplaats of woonplaats ) in het kinderpark.
Bij crematie (zelfde werkwijze als bij volwassenen) kan de as worden uitgestrooid, bijgezet in columbarium of urnenkelder of begraven worden. Het is ook mogelijk de as mee naar huis te nemen om daar te bewaren of uit te strooien. Hiervoor dient wel een speciale aanvraag te gebeuren.
2) Begraven of cremeren van doodgeboren kindjes
Wanneer een kindje, na een zwangerschap van 6 maanden, doodgeboren wordt, zijn er in Bornem volgende mogelijkheden :
a) begraving door de gemeentediensten
De begraving van het doodgeboren kindje gebeurt dan door de gemeentelijke diensten van Bornem, in samenspraak met ouders en kliniek. Het kindje wordt begraven op het kinderkerkhof en er wordt een houten kruisje met naam geplaatst bij het grafje. De ouders kunnen nadien een zerkje e.d. laten plaatsen (afmetingen zoals bepaald in het gemeentelijk reglement).
Indien de ouders willen dat het kindje gecremeerd wordt en/of overgebracht wordt naar een kerkhof buiten Bornem, vallen zij onder het volgend puntje b)
b) begraving met tussenkomst van begrafenisondernemer
De regeling voor begrafenis of crematie wordt getroffen door de ouders in samenspraak met een begrafenisondernemer naar keuze. De ouders kunnen vrij kiezen welke begraving of crematie zij willen, zij het wel binnen de wettelijke bepalingen.
3) Begraven van foetussen
Wanneer een kindje doodgeboren wordt na een zwangerschapsduur van minder dan 6 maanden (wettelijke levensvatbaarheidsgrens) en na meer dan 12 weken zwangerschap, kunnen de ouders een verzoek richten om de foetus te begraven of te cremeren. Zoals reeds eerder gezegd wordt er geen enkele akte opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand.
In de gemeente Bornem worden volgende mogelijkheden toegepast :
- de gynaecoloog (arts) of vroedvrouw doet de aanvraag tot begraven of crematie van een foetus
- deze aanvraag wordt bezorgd aan de burgerlijke stand
- de burgerlijke stand maakt een attest dat toelating geeft tot cremeren of begraven van de foetus alsook een toelating tot vervoer
- de begrafenisondernemer kan met deze attesten (indien het gaat om een crematie) naar het crematorium.
Indien de foetus overleden is in Bornem en gewoon begraven wordt, kan de begraving gebeuren door de gemeentelijke diensten op het kinderkerkhof (zie 2a). Uiteraard kan dit ook gebeuren door een begrafenisondernemer.
Indien de foetus begraven wordt in een andere gemeente dan de overlijdensplaats of gecremeerd wordt, dient er steeds een beroep te worden gedaan op een begrafenisondernemer.