wettelijke plantafstanden



plantafstanden tot de perceelsgrens

Het Veldwetboek bepaalt in artikel 35 dat hoogstambomen enkel mogen geplant worden op een afstand van 2 meter van de scheidingslijn tussen 2 eigendommen.
Voor laagstammen, struiken en hagen bedraagt deze afstand 0,5 meter.

Bosaanplanting in of grenzend aan de landbouwzone (agrarisch gebied volgens het gewestplan) moeten op minimum 6 meter van de perceelsgrens uitgevoerd worden; er is een vergunning nodig vanwege het College van Burgemeester en Schepenen.


Wat zijn hoogstambomen?

Het bepalen van de hoog- of laagstammige aard van de bomen is een feitenkwestie die enkel door de rechtbanken (Vredegerecht) wordt beslecht.

Om na te gaan of een boom hoog- of laagstam is, zijn de volgende factoren belangrijk:
- de plantontwikkeling op het ogenblik van het geschil
- de normaal te verwachten ontwikkeling bij volle groei (hoogte, kroonvolume, wortelvorming)
- de snoeiwijze : worden de planten in haagvorm gehouden?


maatregelen

De gebuur mag eisen dat de beplantingen die op kortere afstand staan dan de wettelijke, gerooid worden.

In het geval dat de wortels doorgroeien in de grond van de buur of dat er takken overgroeien, dan kan de nabuur :
- zelf de wortels wegnemen die op zijn erf doorschieten
- zijn buur dwingen de takken die over zijn erf groeien weg te snoeien

Vruchten die op de grond van de nabuur vallen, behoren deze laatste toe. De hangende vruchten behoren echter de eigenaar van de boom toe.


verjaring

Er wordt verjaring verkregen wanneer beplantingen sedert meer dan 30 jaar op minder dan de wettelijke afstand staan.
Een eigenaar kan zijn beplantingen op een kortere dan wettelijk voorziene afstand behouden, indien overeenkomst (geschreven document) tussen de geburen bestaat.